Zorg is pas effectief als ze toegankelijk is voor iedereen. Toch vallen er vandaag nog te veel burgers buiten het systeem. Hoe kunnen wij zorg en welzijn toch tot bij hen brengen? Tijdens een recent webinar deelden Marie-Lise Nédée, Annick Vanhove, Elke Plovie en Koen Hermans van ons ACCESS-UP-team hun onderzoek naar structurele drempels. Karel Hermans van VIVEL zorgde vanuit zijn overleg met de Vlaamse zorgraden voor praktijkreflectie uit de eerste hand.
ACCESS-UP: van symptoombestrijding naar systeemverandering
Geheel in lijn met de doelstellingen van de Academie voor de Eerste Lijn pleiten de onderzoekers van ACCESS-UP voor een fundamentele verschuiving in hoe we naar toegankelijkheid van zorg en welzijn kijken. In plaats van te spreken over ‘kwetsbare groepen’, kiest het team bewust de term ‘onderbediende groepen’, een vertaling van het vaker gehoorde Engelse ‘underserved populations’. Hiermee verhuist de focus van de vermeende verantwoordelijkheid van het individu naar het systeem dat tekortschiet. Volgens het model van Levesque is toegang namelijk een continu proces: van het herkennen van een zorgnood tot het daadwerkelijk bereiken, betalen en gebruiken van zorg.
Uit een analyse van 54 meerjarenplannen van de Vlaamse Eerstelijnszones blijkt dat veel huidige acties eerder ‘affirmatief’ zijn: ze bestrijden symptomen door bijvoorbeeld bestaand aanbod bekender te maken via folders. Hoewel deze affirmatieve acties waardevol zijn, pleit ACCESS-UP voor het meer toepassen van ‘transformatieve’ strategieën. Dit houdt in dat we de fundamenten van de zorg herdenken en ongelijkheid tegengaan door burgers uit onderbediende groepen zelf een stem te geven in het traject.
Een cruciale rol is hier weggelegd voor de ‘0,5-lijn’: actoren zoals inloopcentra, voedselbanken of straathoekwerkers. Deze actoren bevinden zich in de grijze zone tussen het informele netwerk en de formele zorg. Burgers die de weg naar de reguliere zorg kwijt zijn, ‘bricoleren’ (knutselen) hun recht op zorg vaak via deze personen en organisaties uit hun directe omgeving. Zo maken ze een omweg rond drempels van psychologische, praktische en communicatieve aard. De onderzoekers benadrukken dat gebrek aan vertrouwen de stap naar formele zorg vaak bemoeilijkt. Door als ‘gezondheidsvaardige organisatie’ kritisch naar jezelf te kijken en de lens van de burger op te zetten, kan de zorg zich aanpassen aan de mens, in plaats van andersom.
VIVEL: de kracht van onbevangen luisteren en gedeelde taal
Karel Hermans (VIVEL) reflecteert op deze inzichten vanuit zijn ondersteuning aan de zorgraden. Hij bevestigt dat er veel bereidheid is tot samenwerking met onderbediende groepen, maar dat een cultuuromslag nodig is en tijd vraagt. Een essentieel onderdeel van deze omslag is het vinden van een gedeelde taal.
Hermans illustreert dit met een praktijkervaring waarbij een mantelzorger tijdens een beleidsoverleg eerlijk aangaf de professionele termen simpelweg niet te begrijpen. Deze feedback werkte als een 'game changer': het dwong de aanwezige professionals om hun jargon los te laten en onbevangen te luisteren naar wat er echt leefde. Er kan immers pas sprake zijn van mede-eigenaarschap als de burger zich niet alleen gehoord, maar ook begrepen voelt. Daarnaast pleit hij voor actieve outreach: naar buiten treden en verbinding zoeken met de leefwereld van de burger om drempels te doorbreken en wantrouwen weg te nemen.
De Academie voor de Eerste Lijn: jouw partner in de eerste lijn
Wil je zelf aan de slag met deze thema’s, als zorgverlener, onderzoeker, docent of burger? Wij bieden open-source tools en kennis aan om de praktijk te versterken. Inspiratie vind je op onze website. Voor advies op maat kan je bij ons terecht via academievoordeeerstelijn@vub.be.