Met hun masterproef over rookstopbuddy’s voor mensen in een kwetsbare positie wonnen Amber Vonck en Margo Biebuyck de Prijs Academie voor de Eerste Lijn. In samenwerking met Stichting tegen Kanker onderzochten ze hoe de campagne ‘Buddy Deal’ beter afgestemd kan worden op mensen die moeilijker bereikt worden door klassieke gezondheidscommunicatie. Hun onderzoek combineert wetenschappelijke inzichten met concrete aanbevelingen voor de praktijk, en legt tegelijk bredere uitdagingen bloot rond toegankelijkheid, participatie en preventie in de eerste lijn.
Jullie masterproef maakte indruk op de jury, onder meer door de aandacht voor mensen in een kwetsbare positie. Hoe zijn jullie bij dit onderwerp terechtgekomen?
Amber: “Voor mij persoonlijk speelde het thema gezondheidsongelijkheid daar zeker in mee. Tijdens de opleiding kwam het principe van proportioneel universalisme uitgebreid aan bod binnen gezondheidsbevordering, en dat sloot sterk aan bij mijn eigen interesses. Ik wilde graag werken rond een onderwerp waarmee je echt een verschil kan maken voor mensen die vaak moeilijker bereikt worden. Onze UGent-promotoren prof. Maïté Verloigne en drs. Jason Hofman stonden volledig achter onze themakeuze, en hebben ons uitstekend begeleid.”
Margo: “Het concrete onderwerp kwam vanuit Stichting tegen Kanker, waar Mieke Van Croonenburg enthousiast de rol van copromotor opnam. Hun Buddy Deal-campagne liep al; wij wilden onderzoeken hoe die beter kan aansluiten bij mensen in een kwetsbare positie. Dat maatschappelijke aspect sprak ons meteen aan. Het is een onderwerp dat niet alleen voor een masterproef uitdagend en relevant is, maar ook een praktisch nut heeft.”
Hoe begin je aan zo’n onderzoek?
Margo: “We zijn gestart met een uitgebreide literatuurstudie. We wilden eerst weten welke good practices er al bestonden rond rookstopcampagnes voor deze doelgroep. Daarna zijn we op zoek gegaan naar deelnemers. We hebben zowel mensen uit de doelgroep geïnterviewd als intermediairs die met hen werken. Voor onze studie definieerden we de doelgroep ‘mensen met een lagere socio-economische status’ als ‘mensen met een lager opleidingsniveau’, omdat we ergens een duidelijke en concrete afbakening moesten maken.”
Amber: “Die definitie was belangrijk om het onderzoek haalbaar te houden. Tegelijk zijn we heel voorzichtig omgegaan met taalgebruik. We wilden mensen niet het gevoel geven dat wij hen als ‘kwetsbaar’ bestempelden. Dat ethische aspect heeft ons echt beziggehouden tijdens het onderzoek.”
Jullie geven aan dat het niet evident was om deelnemers te bereiken. Hoe hebben jullie dat aangepakt?
Margo: “In eerste instantie hebben we organisaties gecontacteerd die werken met mensen in een kwetsbare positie. Maar dat leverde minder deelnemers op dan gehoopt. Daarom zijn we uiteindelijk zelf fysiek gaan flyeren op plaatsen waar mensen samenkomen, zoals lokale dienstencentra. Dat werkte veel beter.”
Amber: “Via sociale media kregen we eigenlijk weinig reacties. Het persoonlijke contact bleek veel belangrijker. Door aanwezig te zijn en ons onderzoek rustig uit te leggen, merkten we dat mensen sneller bereid waren om deel te nemen.”
Wat zijn de belangrijkste inzichten die jullie meenemen uit het onderzoek?
Margo: “Voor mij is het grootste inzicht hoe belangrijk de juiste buddy is. Het gaat niet om iemand die als een soort gezondheidscoach zegt wat je moet doen. De buddy moet vooral iemand zijn die zich kan inleven en die samen met jou dat traject aangaat.”
Amber: “Dat hoeft zelfs niet per se iemand te zijn die nooit gerookt heeft. Sommige deelnemers gaven net aan dat het kan helpen om samen met een andere roker uit hun omgeving een stoppoging te ondernemen. Het sociale netwerk kan dus een positieve factor zijn, maar is soms ook een belemmering. Veel deelnemers leefden in een omgeving waar meerdere mensen roken. Dat maakt stoppen natuurlijk extra moeilijk. Daarnaast speelden ook stress, financiële zorgen en andere problemen een rol. Vaak gaat het om multi-problematieken. Roken staat dan niet altijd bovenaan de prioriteitenlijst.”
Margo: “Als stoppen met roken op dat moment geen prioriteit is voor iemand, dan moet daar ook begrip voor zijn. De rol van de buddy is ondersteunend, niet sturend. Het is uiterst belangrijk dat mensen zelf centraal staan en zelf hun doelen kunnen bepalen.”
Jullie onderzoek ging ook over de communicatie van de campagne zelf. Wat viel daarin op?
Amber: “Beeldspraak bleek soms moeilijk. Een tip zoals ‘haal een frisse neus’ werd soms letterlijk geïnterpreteerd. Dat toont hoe belangrijk duidelijke taal is, zeker wanneer je ook anderstalige mensen of mensen met lagere gezondheidsvaardigheden wil bereiken. Ook kleine nuances tellen. Zo roepen de woorden ‘buddy’ en ‘coach’ elk een andere reactie op. ‘Buddy’ werd veel positiever ervaren, het voelt minder hiërarchisch, veel gelijkwaardiger aan.”
Margo: “Veel tips uit de campagne waren voor deelnemers ook niet concreet genoeg. Een tip zoals ‘verwen jezelf’ klinkt positief, maar sommige mensen denken dan meteen aan dingen die geld kosten, zoals een restaurantbezoek of wellness-dag. Terwijl dat voor hen net niet haalbaar is.”
Zien jullie co-creatie met de doelgroep als een belangrijke stap in gezondheidscommunicatie?
Amber: “Absoluut. Tijdens de interviews probeerden we altijd door te vragen naar concrete alternatieven of suggesties. Mensen hadden echt veel ideeën.”
Margo: “Een co-creatiesessie met de doelgroep zou volgens mij een enorme meerwaarde zijn. Je merkt dat mensen heel goed kunnen aangeven wat werkt en wat niet.”
Jullie aanbevelingen werden ook effectief meegenomen door Stichting tegen Kanker. Hoe voelt dat?
Margo: “Dat was voor ons echt een van de mooiste aspecten van het onderzoek. Je voelt dat het niet gewoon in een bibliotheekkast verdwijnt, maar echt impact heeft op de praktijk. Sommige zaken werden zelfs al aangepast tijdens ons onderzoek.”
Amber: “Deelnemers gaven aan dat ze zich moeilijk konden identificeren met de ambassadeur van de campagne. Dat soort feedback werd effectief meegenomen. De nieuwe ambassadeur is acteur Mathias Vergels, die open over zijn eigen rookverslaving praat.”
Jullie zijn intussen afgestudeerd. Waar zijn jullie vandaag professioneel mee bezig?
Amber: “Ik startte na mijn studies als educatief medewerker bij Wiegwijs, een organisatie die samenwerkt met Kind en Gezin. Sinds kort ben ik aan de slag als gezondheidspromotor bij Gezondheidsmakers, een job die nauw aansluit bij de kennis die ik verwierf tijdens de opleiding Gezondheidsbevordering, en bij het thema van onze masterproef.”
Margo: "Ik werk als stafmedewerker bij Eerstelijnszone Regio Aalst. Ik ben heel tevreden dat ik aan de slag kan met de inhoud die we tijdens de opleiding hebben geleerd en dat ik een connectie met de eerste lijn blijf behouden."
Tot slot: wat hopen jullie dat eerstelijnsprofessionals meenemen uit jullie onderzoek?
Amber: “Dat kleine dingen soms een groot verschil maken. Woordgebruik, beeldspraak, de manier waarop je mensen aanspreekt: dat bepaalt mee of iemand zich betrokken voelt.”
Margo: “En ook dat preventie alleen werkt als mensen zich echt gehoord voelen. Niet vertrekken vanuit wat wij denken dat goed is, maar vanuit wat voor hen haalbaar en betekenisvol is.”